Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3387.
2.19 In zijn conclusie vóór het arrest Mulder q.q./CLBN heeft A-G Hartkamp er op gewezen dat buiten faillissement de pandhouder de opbrengst van de vorderingen in handen laat van de pandgever, omdat deze daardoor in staat wordt gesteld tot verdere bedrijfsuitoefening die weer tot het ontstaan van nieuwe onder het pandrecht vallende vorderingen leidt. Het is niet nodig een voorrecht aan de (ex)pandhouder op het betaalde toe te kennen, wanneer er geen verhaalsuitoefening plaatsvindt. Eerst nadat het faillissement is uitgesproken verandert deze situatie: het vermogen valt nu onder een algemeen beslag dat in beginsel tot liquidatie van de onderneming leidt, aldus Hartkamp(17).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e02eb21193f9a9fc4a05ba9ef81b0815cba40cc540d7a4134d95b3ca4f530ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e02eb21193f9a9fc4a05ba9ef81b0815cba40cc540d7a4134d95b3ca4f530ec, en de alinea staat in dat document op bytes 30007 tot 30703.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3e02eb21193f9a9fc4a05ba9ef81b0815cba40cc540d7a4134d95b3ca4f530ec | shasum -a 256