Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3387.

2.20 Op grond van het voorgaande meen ik dat voor wat betreft het verhaalsrecht van de pandhouder het onderscheid tussen inning van een vordering door de pandgever in en buiten faillissement gehandhaafd moet blijven. In geval van betaling aan de curator na faillissement van de pandgever, kan de pandhouder ingevolge het arrest Mulder q.q./CLBN zich op de opbrengst overeenkomstig zijn voorrang verhalen. Buiten faillissement geldt dat wanneer de pandgever een niet-medegedeeld pandrecht int, geen sprake is van een gerealiseerde executie-opbrengst in de zin van art. 3:277 lid 1 BW, zodat van voorrang op de executie-opbrengst evenmin gesproken kan worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e02eb21193f9a9fc4a05ba9ef81b0815cba40cc540d7a4134d95b3ca4f530ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e02eb21193f9a9fc4a05ba9ef81b0815cba40cc540d7a4134d95b3ca4f530ec, en de alinea staat in dat document op bytes 30729 tot 31399.