Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3389.

9. Middel 1 komt op tegen rechtsoverweging 11 van het bestreden arrest waarin het Hof oordeelde dat uit het arrest van de Hoge Raad van 5 september 1997, NJ 1998, 437, m.nt. PvS (Ontvanger/Hamm) niet voortvloeit dat de vordering van de Vereniging op [betrokkene] in casu bij voorrang uit de opbrengst van de verkoop van [betrokkene]s woning dient te worden voldaan. Het middel klaagt dat het Hof heeft miskend dat in een geval als het onderhavige, waarin sprake is - aldus het middel - van een verrijking van de Ontvanger door onrechtmatig handelen van [betrokkene] doordat de belastingschuld betrekking heeft op de inkomsten van [betrokkene] uit het thans verboden piramidespel, de redelijkheid meebrengt dat de Ontvanger de slachtoffers van het onrechtmatig handelen laat voorgaan en dat de Ontvanger ongerechtvaardigd wordt verrijkt indien hij - door de hoge preferentie die hem toekomt - zijn vordering op [betrokkene] boven die van de slachtoffers van [betrokkene] verhaalt. Dit klemt temeer, aldus het middel, nu het Openbaar Ministerie in op relevante punten vergelijkbare gevallen van (strafrechtelijk) onrechtmatig handelen, bij ontnemingsvorderingen de (civiele vordering van de) slachtoffers van een dergelijk handelen - mede in verband met art. 577b Sv - laat voorgaan. Voorts klaagt het middel dat door het Hof is miskend dat geen sprake is geweest van een welbewust deelnemen door de leden van de Vereniging aan het piramidespel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea716bb98be07a77059a6beefdafae0c75725100096af03e4eb2ebca0e0747b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea716bb98be07a77059a6beefdafae0c75725100096af03e4eb2ebca0e0747b6, en de alinea staat in dat document op bytes 17540 tot 18996.