Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3389.
Met zijn beslissing dat de curator ingevolge art. 6:212 BW verplicht is om een ná de faillietverklaring ten gevolge van een onmiskenbare vergissing aan hem gedane onverschuldigde betaling buiten de afwikkeling van de boedel om ongedaan te maken, heeft de Hoge Raad een reeds door vele curatoren gevolgde en als wenselijk ervaren praktijk gesanctioneerd. Zie over die praktijk mijn toenmalige ambtgenoot Mok in zijn conclusie voor het arrest van de Hoge Raad. In zoverre heeft het arrest ook bijval geoogst, zij het dat daarbij ook kritiek is uitgeoefend op de door de Raad aan zijn beslissing ten grondslag gelegde overwegingen. Overigens heeft ook de beslissing zelf wel kritiek ontmoet. Mok had zich in zijn rijk gedocumenteerde conclusie - onder verwijzing naar voor- en tegenstanders van de uiteindelijk door de Hoge Raad gesanctioneerde praktijk - op het standpunt gesteld dat met name de bepaling van art. 3:278 lid 2 BW volgens welke voorrechten alleen uit de wet ontstaan, eraan in de weg staat een ten gevolge van een onmiskenbare vergissing gedane betaling buiten de afwikkeling van de boedel om ongedaan te maken; hij concludeerde dat hier een taak voor de wetgever is weggelegd om een zodanige, op zichzelf wenselijke, afwikkeling mogelijk te maken. Voor beschouwingen over het arrest verwijs ik naast de NJ-annotatie van Van Schilfgaarde en de annotaties van De Liagre Böhl en Faber onder Insolventierecht, 1997, nr. 102, p. 803 e.v., naar: Engelhard en Van Maanen, "De vordering uit ongerechtvaardigde verrijking: géén billijkheidsactie! Het hek moet weer op de dam ...", NTBR 1998/9, p. 309 e.v.; S.C.J.J. Kortmann, "Onverschuldigde betaling aan de curator", WPNR (1995) 6171, p. 159 e.v.; Nieskens-Isphording, "De Ontvanger/Hamm en het scheermes van Occam", afscheidscollege KUB, 1998; M.W. Scheltema, "Onverschuldigde betaling en faillissement, WPNR (1997) 6290, p. 764 e.v.; Schoordijk, "Onverschuldigde betaling aan de faillissementscurator", Bregstein college 1997; Verstijlen, "De faillissementscurator, 1998, m.n. p. 183, e.v.. Zie voorts in breder perspectief: Vranken, "De strijd om het nieuwe verrijkingsrecht", NJB 1998, p. 1495 e.v.; Hartkamp, "Ongerechtvaardigde verrijking naast overeenkomst en onrechtmatige daad", oratie UvA, 2001; W. Snijders, "Ongerechtvaardigde verrijking en het betalingsverkeer", Studiekring Offerhaus, nieuwe reeks nr. 7, 2001.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea716bb98be07a77059a6beefdafae0c75725100096af03e4eb2ebca0e0747b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea716bb98be07a77059a6beefdafae0c75725100096af03e4eb2ebca0e0747b6, en de alinea staat in dat document op bytes 22924 tot 25322.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea716bb98be07a77059a6beefdafae0c75725100096af03e4eb2ebca0e0747b6 | shasum -a 256