Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3389.
11. Uit het voorgaande blijkt dat het Hof terecht tot de conclusie is gekomen dat uit het arrest Ontvanger/Hamm niet voortvloeit dat de concurrente vordering van de Vereniging op [betrokkene] in casu op grond van ongerechtvaardigde verrijking bij voorrang boven de bevoorrechte vordering van de Ontvanger uit de opbrengst van de verkoop van [betrokkene]s woning dient te worden voldaan nu het onderhavige geval op wezenlijke punten verschilt van de situatie zoals aan de orde in bedoeld arrest. Uit het arrest Ontvanger/Hamm kan wel worden afgeleid dat buiten faillissement het wettelijk preferentiesysteem wat betreft de "gewone" concurrente vordering als die uit onverschuldigde betaling, niet kan worden doorbroken. Zie ook Schoordijk (a.w., p. 9), die opmerkt dat in het arrest Ontvanger/Hamm ter zake van een onverschuldigde betaling aan de schuldenaar buiten faillissement wordt afgerekend met "de heilloze gedachte volgens welke door een denken in verrijkingstermen het wettelijk preferentiesysteem zou kunnen worden doorbroken". Schoordijk verwijst daarbij naar Scheltema.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea716bb98be07a77059a6beefdafae0c75725100096af03e4eb2ebca0e0747b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea716bb98be07a77059a6beefdafae0c75725100096af03e4eb2ebca0e0747b6, en de alinea staat in dat document op bytes 25379 tot 26472.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea716bb98be07a77059a6beefdafae0c75725100096af03e4eb2ebca0e0747b6 | shasum -a 256