Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3389.

In het onderhavige geding gaat het om een vordering uit onrechtmatige daad van een vereniging van door een piramidespel gedupeerden tegen één van de organisatoren van dat spel: het middel betoogt dat de vordering van het slachtoffer buiten faillissement voorrang toekomt boven de vordering van de Ontvanger wegens belastingschulden ter zake van hetgeen aan inkomsten uit dat spel is genoten, althans dat de redelijkheid zulks meebrengt omdat de Ontvanger ongerechtvaardigd zou worden verrijkt indien hij door zijn hoge preferentie zijn vordering bij voorrang boven die van één van zijn slachtoffers verhaalt. Naar mijn oordeel faalt dit betoog omdat zo al sprake is van een verrijking, deze verrijking niet ongerechtvaardigd is. Ik kom hierop terug onder nr. 14; ik ga nu eerst nader in op de vereisten en de grondslag van de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea716bb98be07a77059a6beefdafae0c75725100096af03e4eb2ebca0e0747b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea716bb98be07a77059a6beefdafae0c75725100096af03e4eb2ebca0e0747b6, en de alinea staat in dat document op bytes 26480 tot 27367.