Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3389.

Snijders heeft zich in de Studiekring Offerhaus-lezing met het volgende betoog "afgezet" tegen de opvatting van Hartkamp (Offerhaus-lezing, p. 18-21). Men schiet er weinig mee op een vage maatstaf als ongerechtvaardigde verrijking te verklaren of nader invulling te geven door te refereren aan een nog vagere maatstaf als die van de eisen van redelijkheid en billijkheid. Waar het om gaat is juist te trachten tot een meer specifieke grondslag te komen. De tekst van art. 6:212 BW geeft daartoe ook alle aanleiding. De term 'ongerechtvaardigd' verwijst niet naar een billijkheidsmaatstaf maar naar het stelsel van het privaatrecht zoals dat in het licht van het Burgerlijk Wetboek moet worden opgevat. De Parlementaire Geschiedenis (Boek 6, p. 832-835) ademt dezelfde geest. De redelijkheidsmaatstaf die eveneens in art. 6:212 te vinden is, fungeert niet als grondslag voor de vordering maar als een beperking daarvan, zoals ook de leden 2 en 3 neerkomen op beperkingen. Het is dezelfde geest als die in het arrest Quint/Te Poel, waarin weliswaar de leer van Bregstein wordt verworpen maar zijn nadruk op het systeem van de wet wordt gevolgd. Het wettelijk kader waarin allerlei bedoelde of soms ook onbedoelde overgangen van vermogensbestanddelen van de een op de ander plaatsvinden, levert bijna altijd een afdoende rechtvaardiging voor dergelijke overgang op doch onvermijdelijk gaan er van tijd tot tijd dingen mis. In die gevallen is de voor mitigering vatbare vordering uit ongerechtvaardigde verrijking een beter middel dan wanprestatie, onrechtmatige daad en onverschuldigde betaling om een ongerechtvaardigde waardeverschuiving ongedaan te maken. Aldus Snijders, die van oordeel is (a.w., p. 12) dat het bij het arrest Ontvanger/Hamm in wezen gaat om het belang van een behoorlijk verlopend betalingsverkeer. Hij tekent daarbij (op p. 13) aan zich bewust te zijn van het omstreden karakter van de beslissing die als een doorbreking van de paritas creditorum kan worden opgevat: naar zijn (uitvoerig gemotiveerde) oordeel zijn voor die beslissing systematische argumenten (het belang van een vlot betalingsverkeer zoals dat in diverse wetsbepalingen tot uitdrukking is gebracht) doorslaggevend en berust het arrest ook niet op zuivere billijkheidsoverwegingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea716bb98be07a77059a6beefdafae0c75725100096af03e4eb2ebca0e0747b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea716bb98be07a77059a6beefdafae0c75725100096af03e4eb2ebca0e0747b6, en de alinea staat in dat document op bytes 32050 tot 34331.