Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3389.

18. Ook dit middelonderdeel faalt naar mijn oordeel bij gebrek aan feitelijke grondslag. In 's Hofs overwegingen waarin uitvoerig wordt ingegaan op de omstandigheden van het geval (waaronder deze dat de Vereniging wenst om voor haar en haar leden in strijd met de wettelijke voorrangsregels voordeel te behalen door obstructie te plegen, dat de opbrengst bij lange na niet voldoende zou zijn om de belastingschuld te delgen, dat de voorgenomen onderhandse verkoop een meeropbrengst van f 90.000,- tot gevolg zou hebben, dat de Ontvanger aan de Vereniging een aanbod heeft gedaan de executiekosten tot een maximum van f 12.000,- te vergoeden en de Vereniging bovendien voor een bedrag van f 10.000,- schadeloos te stellen) en waarin uitdrukkelijk wordt gesproken van "de onevenredigheid van de belangen" ligt het oordeel besloten dat de Vereniging bij de uitoefening van haar recht, gezien het belang van de Ontvanger dat daardoor wordt geschaad, in redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. Aldus heeft het Hof bij de beantwoording van de vraag of de Vereniging misbruik van recht maakte, een juiste maatstaf aangelegd. 's Hofs oordeel is ook niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea716bb98be07a77059a6beefdafae0c75725100096af03e4eb2ebca0e0747b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea716bb98be07a77059a6beefdafae0c75725100096af03e4eb2ebca0e0747b6, en de alinea staat in dat document op bytes 43672 tot 44862.