Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3523.
7. Zowel het Hof als de Advocaat-Generaal gaan ervan uit dat het laatste deel van art. 15 lid 1: "behoudens indien krachtens het zesde of zevende lid (..)", een "fait d'excuse" bevat. Wat hen verdeeld houdt is de vraag of dit "fait d'excuse" deel uitmaakt van de delictsomschrijving en dus ten laste moet worden gelegd, dan wel een strafuitsluitingsgrond oplevert. Ik ben echter van mening dat de aanduiding van de betreffende passage als "fait d'excuse" niet juist is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df01886ef42e20f88033b785655a8a782aa1903e060f2b2b42f5e779acd599c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df01886ef42e20f88033b785655a8a782aa1903e060f2b2b42f5e779acd599c9, en de alinea staat in dat document op bytes 8920 tot 9405.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df01886ef42e20f88033b785655a8a782aa1903e060f2b2b42f5e779acd599c9 | shasum -a 256