Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 september 2002

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 10 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3546.

13. In die uitspraken is benadrukt dat het in beginsel aan de rechter die over de feiten moet oordelen is voorbehouden om van het voorhanden materiaal datgene tot bewijs te bezigen wat daartoe, ook uit een oogpunt van betrouwbaarheid, dienstig voorkomt, zonder dat hij daaromtrent nadere rekenschap behoeft af te leggen. In deze uitspraken is vastgesteld dat, als uitzondering op dit beginsel, onder omstandigheden niettemin een nadere redengeving van de feitenrechter wordt verlangd omtrent de betrouwbaarheid van het door hem gebezigde bewijsmateriaal, welke omstandigheden verbonden zijn aan de bijzondere aard van de materie en aan hetgeen ter terechtzitting door of namens de verdachte is aangevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5eec606bf49d5761d83f47d1cd37e4762838e7f322f2002d8bb98ce774826a9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5eec606bf49d5761d83f47d1cd37e4762838e7f322f2002d8bb98ce774826a9c, en de alinea staat in dat document op bytes 13683 tot 14401.