Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002
Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3561.
4. Van de kant van de verdediging is voor de rechtbank het verweer gevoerd dat de rechtbank niet bevoegd is om van het verzoek tot uitlevering kennis te nemen omdat de voorlopige aanhouding van de opgeëiste persoon heeft plaatsgevonden in het arrondissement Amsterdam. De officier van justitie heeft hiertegen ingebracht (I) dat de zaak is aangevangen met een (niet op uitlevering gericht) verzoek van de Bondsrepubliek Duitsland in het kader van de kleine rechtshulp gericht aan het parket te 's-Gravenhage, (II) dat het onder (I) genoemde verzoek het feitencomplex opleverde dat aan het uitleveringsverzoek door de Verenigde Staten ten grondslag ligt en dat daarom het uitleveringsverzoek aan het parket te 's-Gravenhage is gedaan en (III) dat één van de vijf personen waarvan de voorlopige aanhouding is verzocht verblijft in het arrondissement 's-Gravenhage.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd3d43efb9f7c4f5232e2cb422d0a9cc5bf2d7ba580a00d1bcd03f4e4aa61180. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd3d43efb9f7c4f5232e2cb422d0a9cc5bf2d7ba580a00d1bcd03f4e4aa61180, en de alinea staat in dat document op bytes 5386 tot 6266.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd3d43efb9f7c4f5232e2cb422d0a9cc5bf2d7ba580a00d1bcd03f4e4aa61180 | shasum -a 256