Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3561.
10. De rechtbank heeft overwogen dat de opgeëiste persoon zich niet in het arrondissement 's-Gravenhage bevond "op het moment waarop de eerste handeling werd verricht ter inleiding van de onderwerpelijke uitleveringsprocedure". Hier valt niet alleen niet uit op te maken op welk moment de rechtbank het oog heeft gehad, het is bovendien onduidelijk welke consequenties zij daaraan heeft verbonden voor haar oordeel omtrent de bevoegdheid. Ervan uitgaande dat de rechtbank het moment van arrestatie van de opgeëiste persoon heeft bedoeld, geeft haar oordeel dat die omstandigheid beslissend is voor de bevoegdheidsvraag blijk van een onjuiste rechtsopvatting van artikel 20 Uw. Het eerste lid sluit namelijk aan bij de plaats waar verzoeker zich bevindt op het moment van overhandiging door de minister van justitie van het uitleveringsverzoek en de daarbij behorende stukken (zie hierover meer in punt 12) en voor de toepassing van het tweede lid is de plaats van aanhouding niet relevant (vgl. ook in dit verband HR NJ 2000, 364, met name de laatste alinea van punt 7 van de conclusie daarbij).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd3d43efb9f7c4f5232e2cb422d0a9cc5bf2d7ba580a00d1bcd03f4e4aa61180. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd3d43efb9f7c4f5232e2cb422d0a9cc5bf2d7ba580a00d1bcd03f4e4aa61180, en de alinea staat in dat document op bytes 14020 tot 15131.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd3d43efb9f7c4f5232e2cb422d0a9cc5bf2d7ba580a00d1bcd03f4e4aa61180 | shasum -a 256