Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3561.

11. Uit het bestreden vonnis blijkt weliswaar dat de rechtbank van het verzoek tot voorlopige aanhouding kennis heeft genomen (zie het vonnis onder 2, sub V), maar onduidelijk is of zij dit verzoek en de daarop door de officier van justitie te 's-Gravenhage ondernomen actie bij de vorming van haar oordeel of zij al dan niet op grond van artikel 20, tweede lid, Uw bevoegd was van de vordering kennis te nemen, in beschouwing heeft genomen. Het lijkt mij evident dat, zoals ook in het middel wordt aangevoerd, de officier van justitie te 's-Gravenhage door te handelen als omschreven in punt 9 hierboven 'in verband met dat verzoek reeds bij de zaak betrokken was' als bedoeld in artikel 20, tweede lid, Uw. Het oordeel van de rechtbank dat zij een zodanige betrokkenheid niet heeft kunnen vaststellen is dus onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd3d43efb9f7c4f5232e2cb422d0a9cc5bf2d7ba580a00d1bcd03f4e4aa61180. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd3d43efb9f7c4f5232e2cb422d0a9cc5bf2d7ba580a00d1bcd03f4e4aa61180, en de alinea staat in dat document op bytes 15151 tot 15990.