Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3561.
16. Indien Uw Raad het bestreden vonnis vernietigt en zou willen doen wat de rechtbank had behoren te doen, namelijk onderzoeken of het uitleveringsverzoek toelaatbaarheid is, zou de volgende situatie kunnen ontstaan. Als het vermoeden dat de opgeëiste persoon de benen heeft genomen bewaarheid wordt, zal dit tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in zijn vordering moeten leiden (HR 15 november 1988, NJ 1989, 758). Indien de rechtbank deze afloop heeft beoogd, heeft zij dat doeltreffend aangepakt. Ik zie geen uitweg uit dit fait accompli.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd3d43efb9f7c4f5232e2cb422d0a9cc5bf2d7ba580a00d1bcd03f4e4aa61180. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd3d43efb9f7c4f5232e2cb422d0a9cc5bf2d7ba580a00d1bcd03f4e4aa61180, en de alinea staat in dat document op bytes 18869 tot 19442.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd3d43efb9f7c4f5232e2cb422d0a9cc5bf2d7ba580a00d1bcd03f4e4aa61180 | shasum -a 256