Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3565.
9. In aanmerking genomen dat ingevolge art. 74, tweede lid, Sr in het kader van een transactie niet de voorwaarde kan worden gesteld dat de verdachte gedurende een bepaalde periode geen gebruik maakt van zijn rijbevoegdheid, brengt een redelijke uitleg van de enigszins misleidende en niet nader gedefinieerde term "aanvullende maatregel" in het Kader voor Strafvordering mee dat voor wat betreft verkeersdelicten daaronder ook de ontzegging van de rijbevoegdheid dient te worden begrepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/225a8fba8c7475bd52b86897d13799f007e75d61cabff061bfefba7a697d7ab6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 225a8fba8c7475bd52b86897d13799f007e75d61cabff061bfefba7a697d7ab6, en de alinea staat in dat document op bytes 8979 tot 9481.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/225a8fba8c7475bd52b86897d13799f007e75d61cabff061bfefba7a697d7ab6 | shasum -a 256