Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3565.

15. Op grond van de aard van de schade die de auto's - ook de auto's die niet rechtstreeks door de verdachte zijn geraakt - hebben opgelopen, de schade die aan verdachtes auto is geconstateerd en de omstandigheid dat de verdachte nadat de aanrijdingen hadden plaatsgevonden daarop is aangesproken door de getuige [getuige 1], heeft het Hof tot het oordeel kunnen komen dat de verdachte wist dat hij aan anderen schade had toegebracht toen hij op 15 mei 1999 wegreed van de plaats alwaar de door hem beschadigde auto's stonden geparkeerd. Dat de verdachte zich naar eigen zeggen niets van dit voorval kan herinneren en dat zijn huisarts op 18 mei 1999 - dus drie dagen na het ongeval - een hersenschudding bij hem heeft geconstateerd, doet aan voorgaande niet af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/225a8fba8c7475bd52b86897d13799f007e75d61cabff061bfefba7a697d7ab6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 225a8fba8c7475bd52b86897d13799f007e75d61cabff061bfefba7a697d7ab6, en de alinea staat in dat document op bytes 13214 tot 13990.