Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3587.

5. Dit betekent dat de raadsman slechts in beperkte mate bevoegd was ter terechtzitting het woord te voeren. Uit HR 23 oktober 2001, NJ 2002, 77 m.nt. JR rov. 4.7.-4.10. volgt dat de niet bepaaldelijk tot het voeren van de verdediging gemachtigde raadsman geen van de hem bij de wet toegekende rechten en bevoegdheden kan uitoefenen, behoudens het voeren van het woord ter toelichting van de afwezigheid van de verdachte en het verzoeken om aanhouding van de behandling van de zaak met het oog op de effectuering van het aanwezigheidsrecht van de verdachte of ten behoeve van het alsnog verkrijgen van genoemde machtiging. Dit betekent dat het Hof de raadsman in strijd met het wettelijk systeem heeft toegestaan méér aan te voeren dan de genoemde onderwerpen en de verweren welke in het middel uiteen zijn gezet geen behandeling behoefden (HR 23 april 2002, nr. 3678/00/J, LJN AD 8860, rov. 5.3.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd673f88ba79edc691ae5512ceb790b06960697967894f19760c152047ac6359. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd673f88ba79edc691ae5512ceb790b06960697967894f19760c152047ac6359, en de alinea staat in dat document op bytes 5142 tot 6056.