Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3728.
33. Het middel berust op de stelling dat de in het kader van het gerechtelijk vooronderzoek tegen [betrokkene 3] rechtmatig afgeluisterde telefoongesprekken die met de mobiele telefoon van de verdachte werden gevoerd in de zaak tegen de verdachte niet tot het bewijs mogen worden gebezigd, nu ten tijde van het afluisteren van zijn mobiele telefoon tegen de verdachte een verdenking bestond, zodat het afluisteren slechts mocht plaatsvinden in het kader van een tegen hem, verdachte, geopend gerechtelijk vooronderzoek. Voor die opvatting is evenwel geen steun te vinden in het recht (vgl. HR 2 november 1993, DD 94.116 en HR 20 oktober 1992, NJ 1993, 156).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79103d25f2d3680f27c0ac73fb9bb02a9e629172202e8db1d922684525495478. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79103d25f2d3680f27c0ac73fb9bb02a9e629172202e8db1d922684525495478, en de alinea staat in dat document op bytes 31038 tot 31709.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/79103d25f2d3680f27c0ac73fb9bb02a9e629172202e8db1d922684525495478 | shasum -a 256