Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3784.

Nadat [eiser] een vrijwel kale dagvaarding had uitgebracht, merkte het ziekenhuis als verweer onder meer op dat "uit de medische gegevens blijkt" dat [eiser] op de intensive care onrustig was, welke onrust hij uitte door zijn armen te bewegen. Daarom is het onaannemelijk dat die armen langere tijd in dezelfde positie zouden hebben gelegen waarbij druk is uitgeoefend op de gekwetste zenuw.(10)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e43ced490c80eeaf9741770f6b5ac2619ad5ce5589124f7c6675ee047506c24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e43ced490c80eeaf9741770f6b5ac2619ad5ce5589124f7c6675ee047506c24, en de alinea staat in dat document op bytes 16812 tot 17221.