Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3784.

2.21 Deze klacht is naar mijn mening op zichzelf terecht voorgedragen. De bestreden overweging lijkt te staan in de sleutel van een equality of arms en klinkt dus op het eerste gehoor vertrouwd. Maar als ik mij niet vergis ziet het hof over het hoofd dat in deze fase van het geding - de betwisting door het ziekenhuis dat een fout is gemaakt bij de verpleging van de (wekenlang zwaar gesedeerd gehouden) [eiser] op de intensive care - van het ziekenhuis iets extra's wordt gevraagd. Juist om het overall-evenwicht tussen de processuele posities van partijen zoveel mogelijk te waarborgen, wordt in deze fase van het debat de processuele positie van het ziekenhuis bewust verzwaard ten gunste van de patiënt, op wie de bewijslast rust. Dit is in de door het onderdeel aangevallen overweging niet naar waarde geschat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e43ced490c80eeaf9741770f6b5ac2619ad5ce5589124f7c6675ee047506c24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e43ced490c80eeaf9741770f6b5ac2619ad5ce5589124f7c6675ee047506c24, en de alinea staat in dat document op bytes 30173 tot 31003.