Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002
Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3796.
10 Ondernemingsrecht 1997 blz. 486; vgl. dezelfde WPNR 6171 bl. 160. Zie verder M.H.R.N.Y Cordewener, Bb 1998 blz. 10. Men kan altijd voorbeelden bedenken waarin de evidentie van een terugbetalingsverplichting zich opdringt; zie B.J.R.P. Verhoeven, TvI 1997 blz. 61/2; de vraag is evenwel gewettigd of het voorbeeld erg gelukkig is omdat m.i. sprake is van niets meer dan een feitelijke handeling die geen rechtsgevolg heeft en ook niet behoort te hebben. Van veel praktisch belang is het voorbeeld van Verhoeven intussen niet meer omdat de regel uit het arrest Ontvanger/Hamm (indien men daaraan al toe zou komen) a fortiori toepassing zal vinden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c18c59fdce245fe088e367c299f6288b59569317d0dcd0bf16d6596c5f69b7fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c18c59fdce245fe088e367c299f6288b59569317d0dcd0bf16d6596c5f69b7fd, en de alinea staat in dat document op bytes 34462 tot 35124.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c18c59fdce245fe088e367c299f6288b59569317d0dcd0bf16d6596c5f69b7fd | shasum -a 256