Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4075.
5.10. Ook indien men de beide hoofdklachten (enerzijds ten aanzien van de beperkte bevoegdheden van [verweerder] ten tijde van het aangaan van de arbeidsovereenkomst, en anderzijds ten aanzien van de omstandigheid dat [verweerder] er persoonlijk geen gewin bij had) nog eens in hun onderling verband beziet, is er m.i. geen reden om tot een andere conclusie te komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc2148914d7e3b171951bd063ed66dd2cd928feab84f57156db21a2175424e6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc2148914d7e3b171951bd063ed66dd2cd928feab84f57156db21a2175424e6d, en de alinea staat in dat document op bytes 30208 tot 30588.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc2148914d7e3b171951bd063ed66dd2cd928feab84f57156db21a2175424e6d | shasum -a 256