Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4085.
2.13 In het oordeel van het hof ligt m.i. het oordeel besloten dat de sanctie van niet-ontvankelijkheid van de vordering of het rechtsmiddel, waarop de dagvaarding betrekking had bij niet-tijdige inschrijving van een dagvaarding ter rolle achterwege kan blijven indien de zaak met toestemming van de wederpartij tegen een latere rechtsdag wordt aangebracht. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting in het licht van de arresten van de Hoge Raad van 3 juni 1955, NJ 1955, 641 m.nt. DJV en van 17 december 1982, NJ 1984, 59 m.nt. WHH. De kritiek van annotator Heemskerk op laatstgenoemd arrest ziet op het omgekeerde geval, namelijk dat het verbinden van een sanctie afhankelijk wordt gemaakt van de houding van de wederpartij. Hoofdregel blijft echter dat niet tijdige inschrijving leidt tot niet ontvankelijkheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e716fa33666cb2354b265bf531e93a1f31d0ee8068e7d67979020a2ad47b0f92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e716fa33666cb2354b265bf531e93a1f31d0ee8068e7d67979020a2ad47b0f92, en de alinea staat in dat document op bytes 13330 tot 14178.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e716fa33666cb2354b265bf531e93a1f31d0ee8068e7d67979020a2ad47b0f92 | shasum -a 256