Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4195.

4. Voor de beoordeling van de onderhavige zaak zijn de volgende feiten van belang. Verdachte is ter terechtzitting van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 2 december 1999 aanwezig geweest. Blijkens het proces-verbaal van die zitting heeft verdachte een schriftelijke uitspraak verzocht, aan welk verzoek door de kantonrechter gevolg is gegeven. De kantonrechter heeft de verdachte medegedeeld dat twee weken later schriftelijk vonnis zou worden gewezen. Blijkens het proces-verbaal van uitspraak is het vonnis, overeenkomstig de vermelding daarin, uitgesproken op 16 december 1999. Ik merk hierbij op dat ik gelet op de zich in het dossier bevindende stukken - anders dan de verdachte - geen enkele reden heb deze datum van uitspraak in twijfel te trekken. Verdachte heeft op 7 januari 2000 hoger beroep ingesteld. Uit de door de verdachte overgelegde stukken blijkt voorts dat verdachte binnen de beroepstermijn heeft verzocht om een afschrift van de uitspraak, dan wel mededeling van de inhoud van die uitspraak, waarop verdachte door een medewerker van de griffie is medegedeeld dat daar geen uitspraak bekend was, terwijl de schriftelijke uitspraak niet eerder dan 6 januari 2000 beschikbaar is gekomen

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e64fe9220fb78051290ac817aff11e27caf2e6bb11f92b45404874dd371923d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e64fe9220fb78051290ac817aff11e27caf2e6bb11f92b45404874dd371923d, en de alinea staat in dat document op bytes 5081 tot 6303.