Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4195.
9. Tot slot merk ik op dat verdachte vergeefs een beroep doet op de uitspraak van het EHRM in de zaak Zoon tegen Nederland(5). In die zaak ging het kort gezegd (ondermeer) om de vraag of de praktijk van de kop-staartvonnissen (voor de invoering van art. 365a, 365b eb 365c Sv), gelet op de onmogelijkheid om binnen de appèltermijn aan de hand van de gebezigde bewijsmiddelen te kunnen beoordelen of appèl diende te worden ingesteld, in strijd was met artikel 6 EVRM. Het EHRM geeft hierover geen algemeen oordeel, maar is in de concrete casus van mening dat geen sprake was van een verdragsschending. Het hof overweegt onder meer:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e64fe9220fb78051290ac817aff11e27caf2e6bb11f92b45404874dd371923d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e64fe9220fb78051290ac817aff11e27caf2e6bb11f92b45404874dd371923d, en de alinea staat in dat document op bytes 10856 tot 11503.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e64fe9220fb78051290ac817aff11e27caf2e6bb11f92b45404874dd371923d | shasum -a 256