Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4195.

4 HR NJ 1987, 568. De Hoge Raad overwoog in dit arrest: Deze regel (beroep binnen veertien dagen; AM) lijdt geen uitzondering in het geval dat de verdachte of zijn raadsman als gevolg van hun niet toe te rekenen omstandigheden niet binnen deze termijn kennis hebben kunnen nemen van de inhoud van deze uitspraak. Uit het in die zaak voorgestelde middel leid ik af dat - anders dan zoals gesteld in de onderhavige zaak - de verdachte wel bekend was met het dictum. Zie tevens HR NJ 1981, 367. Zie voor een kritische bespreking van deze rechtspraak de bijdrage van S.E.W. de Ruiter en M.S. Groenhuijsen aan Melai c.s. aant. 6 ad art. 365 Sv (suppl. 62 november 1987). Zij benadrukken het belang van de mogelijkheid van kennisname van de schriftelijke uitspraak voor de beoordeling of appèl dient de worden ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e64fe9220fb78051290ac817aff11e27caf2e6bb11f92b45404874dd371923d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e64fe9220fb78051290ac817aff11e27caf2e6bb11f92b45404874dd371923d, en de alinea staat in dat document op bytes 15164 tot 15994.