Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4241.
Een inhoudelijk gelijke bepaling is in vrijwel identieke bewoordingen, die kennelijk aan artikel 44 lid 2 Wet RO zijn ontleend, neergelegd in artikel 56 lid 6 Wet RO. In de Memorie van Toelichting (Kamerstuk II, 26 027, nr. 3, p. 25 en 26) wordt de strekking van de hier bedoelde bepaling geheel aan de hand van art. 44 Wet RO uiteengezet. Blijkbaar is beoogd met artikel 56 lid 6 Wet RO een zelfde effect te bewerkstelligen als met artikel 44 lid 2 Wet RO. Uit de Memorie van Toelichting noch uit enig ander Kamerstuk - en evenmin uit het rapport 'De toegang tot de cassatierechter' van de Commissie werkbelasting strafkamer Hoge Raad, dat aan het wetsvoorstel ten grondslag lag - blijkt dat beoogd is in het kader van deze wetswijziging een nieuwe appelmogelijkheid te creëren ter zake van de in artikel 56 lid 1 onder d bedoelde overtredingen van de Opiumwet, waar het in de onderhavige zaak over gaat. Integendeel, het betreffende wetsvoorstel strekte ertoe de mogelijkheden van appel en cassatieberoep te beperken. In dat licht beschouwd moet het totstandbrengen van een extra appelmogelijkheid als een ongerijmdheid worden opgevat, tenzij hier uitdrukkelijk melding van wordt gemaakt. Nu in de Kamerstukken niets is te vinden over een nieuwe appelmogelijkheid als hier bedoeld, die niettemin de consequentie zou zijn van een letterlijke lezing van het huidige artikel 56 lid 6 Wet RO, moet het er voor gehouden worden dat een dergelijke appelmogelijkheid de wetgever niet voor ogen heeft gestaan en de bewoordingen van artikel 56 lid 6 Wet RO in zoverre op een kennelijke misslag berusten. Het hof is derhalve van oordeel dat met het inwerkingtreden van het huidige artikel 56 lid 6 Wet RO geen hoger beroep is opengesteld tegen veroordelingen ter zake van overtredingen als bedoeld in artikel 56, eerste lid onder d, Wet RO. In het onderhavige geval zal het namens verdachte ingestelde hoger beroep ter zake van hetgeen onder 1 bewezen is verklaard dan ook worden verstaan als beroep in cassatie, waar ter terechtzitting in hoger beroep gebleken is dat verdachte het rechtsmiddel heeft willen aanwenden dat voor hem openstond, en zullen de stukken van het geding - voor zover deze betrekking hebben op hetgeen onder 1 bewezen is verklaard - worden doorgezonden naar de Hoge Raad."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49fff7e8061f51207590e56f8ba55ce1853d2b6d578b2505784c1257aff515db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49fff7e8061f51207590e56f8ba55ce1853d2b6d578b2505784c1257aff515db, en de alinea staat in dat document op bytes 9421 tot 11722.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49fff7e8061f51207590e56f8ba55ce1853d2b6d578b2505784c1257aff515db | shasum -a 256