Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4241.

15. Ingevolge de tekst van het op de onderhavige zaak van toepassing zijnde art. 56, zesde lid (oud), RO staat in casu hoger beroep open tegen het vonnis van de Rechtbank voorzover gewezen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde feit. Dat het desondanks de bedoeling is geweest de beperking van de mogelijkheid tot het instellen van hoger beroep, zoals opgenomen in het tot 1 oktober 2000 geldende art. 56, vijfde lid (oud), RO te handhaven is niet met zoveel woorden te lezen in het rapport van de Commissie Haak dan wel in de kamerstukken bij het ontwerp van de hiervoor onder 11 genoemde wet. Anders dan het Hof van oordeel is, kan dat mijns inziens ook niet worden afgeleid uit de omstandigheid dat bij de op 1 oktober 2000 inwerking getreden wetswijziging de tekst van art. 44, tweede lid, RO en art. 56, zesde lid, RO in vrijwel identiek bewoordingen zijn gesteld. Die omstandigheid pleit er juist voor om in art. 56, zesde lid, RO geen beperkingen in te lezen die niet eveneens in art. 44, tweede lid, RO besloten liggen. Ook overigens zijn er nog een aantal gronden om niet mee te gaan in de gedachtegang van het Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49fff7e8061f51207590e56f8ba55ce1853d2b6d578b2505784c1257aff515db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49fff7e8061f51207590e56f8ba55ce1853d2b6d578b2505784c1257aff515db, en de alinea staat in dat document op bytes 16452 tot 17592.