Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4256.

De Hoge Raad oordeelde de vaststelling dat de verdachte de auto van de oorspronkelijke dief had gestolen onverenigbaar met een veroordeling ter zake van art. 416, eerste lid, Sr, omdat verdachte de auto door een misdrijf onder zich had gekregen. Ik kan in de overwegingen van de Hoge Raad niet anders lezen dan dat degeen die een auto 'steelt' van een dief een misdrijf pleegt en wel diefstal en zich daarom niet schuldig kan maken aan heling ten aanzien van die auto. In het Duitse recht geldt hetzelfde.(3) Evenmin hoeft in Frankrijk aan een veroordeling voor diefstal (art.311-2 CP) in de weg te staan dat het voorwerp niet toebehoorde aan degeen aan wie het werd ontfutseld. Als maar degeen die wegneemt geen eigenaar is.(4)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa4cfc2bac081a5645e929ec9484a19b666f3cbef3412ed1ab26b937c68c4f46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa4cfc2bac081a5645e929ec9484a19b666f3cbef3412ed1ab26b937c68c4f46, en de alinea staat in dat document op bytes 5981 tot 6722.