Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4258.

Dat is, voor zover mij bekend, een situatie die zich in de Nederlandse strafrechtspleging nog niet eerder heeft voorgedaan. Een vergelijking met de snelheidsmeting in het wegverkeer gaat niet op. De Hoge Raad kon dienaangaande vaststellen dat de toepasselijke voorschriften niet inhielden hoe de maximaal toelaatbare afwijking van de in een politievoertuig gemonteerde snelheidsmeter moet worden bepaald. Dat gaf de mogelijkheid om de bestaande voorschriften op dit punt aan te vullen, vgl HR NJ 1997, 735 en HR 16 juni 1998, griffienr 107.535, LJN ZD8629. Een jurisprudentiële aanvulling van wettelijke voorschriften (teneinde de betrouwbaarheid van bewijsmateriaal te verzekeren) is uiteraard wat anders dan het in de rechtspraak stellen van een eis die een afwijking inhoudt van wettelijke voorschriften die een volledige regeling vormen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2590347435dac5abaabce339b82d3dfae2a98a157fdbc055e0c28a2bdf98d61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2590347435dac5abaabce339b82d3dfae2a98a157fdbc055e0c28a2bdf98d61, en de alinea staat in dat document op bytes 16911 tot 17766.