Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4258.
25. Mij komt het op zijn minst verdedigbaar voor dat dit grondbeginsel van de communautaire rechtsorde ook mee moet kunnen brengen dat de door de Commissie vastgestelde voorschriften op hun verenigbaarheid met art. 6 EVRM worden getoetst, voor zover het gaat om onderzoeksbevoegdheden en -methoden die door nationale controlerende of opsporende autoriteiten moeten worden toegepast, met dien verstande dat de nationale rechter, zo hij bevindt dat die door de Commissie geformuleerde onderzoeksmethoden (bij toepassing op de voorgeschreven wijze) een inbreuk op de in art. 6 EVRM gewaarborgde rechten opleveren, bevoegd is nadere eisen aan het gebruik van die methoden te stellen die de Europese regelgever niet heeft voorzien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2590347435dac5abaabce339b82d3dfae2a98a157fdbc055e0c28a2bdf98d61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2590347435dac5abaabce339b82d3dfae2a98a157fdbc055e0c28a2bdf98d61, en de alinea staat in dat document op bytes 24179 tot 24918.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2590347435dac5abaabce339b82d3dfae2a98a157fdbc055e0c28a2bdf98d61 | shasum -a 256