Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4357.
12 Kort gezegd: (i) uit het afschrift van het vonnis dat ingevolge art. 260 lid 3 Rv tegelijk met de in lid 1 bedoelde verklaring moet worden overgelegd, blijkt dit moment van betekening niet; (ii) art. 260 Rv is nauw verwant met art. 116 lid 5 Rv (oud), dat onmiskenbaar koos voor de dagtekening van het vonnis als tijdstip waarop de daarin voorziene termijn beginnen te lopen en (iii) een keuze voor de dagtekening van de uitspraak doet het meest recht aan doel en strekking van art. 50 lid 6 TRIPs.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/249cc9779acc8be4bbc42416048623ff231ee8e7a2fc2bb413eccf910600b4ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 249cc9779acc8be4bbc42416048623ff231ee8e7a2fc2bb413eccf910600b4ae, en de alinea staat in dat document op bytes 19636 tot 20150.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/249cc9779acc8be4bbc42416048623ff231ee8e7a2fc2bb413eccf910600b4ae | shasum -a 256