Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4358.

3) Bij vonnis van 4 maart 1998 heeft de rechtbank in conventie de vorderingen van [eiseres] toegewezen en [verweerster 1] veroordeeld tot betaling van de door [eiseres] gevorderde bedragen. In reconventie heeft zij de vorderingen afgewezen. De vordering tot ontbinding is afgewezen omdat er volgens de rechtbank niet een fatale termijn is genoemd om tot een definitieve oplossing te komen, terwijl [eiseres] heeft aangeboden rondom de destillatietoren een nieuwe voorzetwand te plaatsen maar [verweerster 1] toen het hele project heeft beëindigd. De vordering tot vergoeding van geleden schade is afgewezen, kort gezegd omdat [verweerster 1] haar schade naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfdff2bc90435577f3da42fc1f13d72415119035c5665d8c78fa94d58b6b6798. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfdff2bc90435577f3da42fc1f13d72415119035c5665d8c78fa94d58b6b6798, en de alinea staat in dat document op bytes 11837 tot 12577.