Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4358.

's Hofs hierop gebaseerde oordeel (r.o. 16) dat [eiseres] kennelijk zeer wel begreep dat uitgaande van 27 januari 1996 en afhankelijk van de weersomstandigheden een voldoende bepaalde termijn was gesteld welke redelijkerwijs geen andere strekking kon hebben dan die van een fatale termijn in de zin van art. 6:83 aanhef en onder a BW, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. Integendeel: het geval wordt aangeduid in de parlementaire geschiedenis van Boek 6,(2) waar in verband met de ingebrekestelling wordt opgemerkt dat in beginsel een schriftelijke aanmaning wordt vereist. De passage vervolgt dan:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfdff2bc90435577f3da42fc1f13d72415119035c5665d8c78fa94d58b6b6798. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfdff2bc90435577f3da42fc1f13d72415119035c5665d8c78fa94d58b6b6798, en de alinea staat in dat document op bytes 21052 tot 21704.