Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4358.
In een situatie als de onderhavige zou ik, zoals gezegd, willen aannemen dat een verklaring van de schuldeiser, waarin een termijn wordt bepaald, het voormelde effect kan hebben als de rechtvaardiging daarvoor gelegen is in de redelijkheid en billijkheid. Deze wijze om een termijn te bepalen is te vergelijken met de door de rechter gestelde termijn, die hetzelfde effect kan hebben; zie HR 7 april 2000, NJ 2000, 499 m.nt. JBMV.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfdff2bc90435577f3da42fc1f13d72415119035c5665d8c78fa94d58b6b6798. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfdff2bc90435577f3da42fc1f13d72415119035c5665d8c78fa94d58b6b6798, en de alinea staat in dat document op bytes 25242 tot 25686.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfdff2bc90435577f3da42fc1f13d72415119035c5665d8c78fa94d58b6b6798 | shasum -a 256