Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4358.
12) Onderdeel 3 keert zich met motiveringsklachten tegen r.o 16 van 's hofs arrest.(8) In het licht van de vastgestelde feiten zou het onbegrijpelijk zijn dat het hof heeft overwogen dat [eiseres] heeft ingestemd met de door het hof aangenomen fatale strekking van de door [verweerster 1] en GI gestelde termijn. Hiertoe voert [eiseres] aan dat zij in haar brief van 26 januari 1996 heeft aangegeven de problemen te zullen oplossen, maar dat werkzaamheden "alleen worden uitgevoerd bij niet vriezend weer". Hieruit blijkt volgens het onderdeel dat deze toezegging onmiskenbaar niet inhoudt dat [eiseres] daarmee tevens instemde met een fatale termijn als bedoeld in art. 6:83 aanhef en onder a BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfdff2bc90435577f3da42fc1f13d72415119035c5665d8c78fa94d58b6b6798. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfdff2bc90435577f3da42fc1f13d72415119035c5665d8c78fa94d58b6b6798, en de alinea staat in dat document op bytes 26004 tot 26715.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfdff2bc90435577f3da42fc1f13d72415119035c5665d8c78fa94d58b6b6798 | shasum -a 256