Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4358.
Evenmin had het hof de toezegging van [eiseres] kunnen afleiden uit de door haar afgegeven UAV-garantieverklaring van 1 maart 1996. Deze garantieverklaring moet volgens het onderdeel aldus worden uitgelegd dat zij betrekking heeft op alsnog opgetreden gebreken in het werk dat [eiseres] overeenkomstig haar toezegging van 26 januari 1996 heeft verricht. Bovendien zou het afgeven van de garantieverklaring op 1 maart 1996 (na het intreden van het verzuim) zinloos geweest zijn, zodat niet valt in te zien hoe zij 'kan rijmen' met instemming met een fatale termijn als bedoeld door het hof. Daarnaast komt [verweerster 1] en GI een beroep toe op de garantieverklaring, hetgeen meebrengt dat niet zonder meer valt in te zien dat [eiseres] heeft ingestemd met de fatale termijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfdff2bc90435577f3da42fc1f13d72415119035c5665d8c78fa94d58b6b6798. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfdff2bc90435577f3da42fc1f13d72415119035c5665d8c78fa94d58b6b6798, en de alinea staat in dat document op bytes 26723 tot 27512.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfdff2bc90435577f3da42fc1f13d72415119035c5665d8c78fa94d58b6b6798 | shasum -a 256