Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4359.

4. [Eiseres 1] heeft de vordering op verschillende gronden bestreden. Voor zover thans in cassatie van belang heeft [eiseres 1] als eerste verweer aangevoerd dat ten aanzien van de teruggevonden goederen sprake is van vertragingsschade zodat de vervaltermijn van art. 30 lid 3 CMR van toepassing is. De ladingbelanghebbenden hadden [eiseres 1] binnen 21 dagen na het ter beschikking stellen van de goederen aan de geadresseerde schriftelijk in kennis moeten stellen van hun voorbehoud, doch hebben dit nagelaten. Als tweede verweer heeft [eiseres 1] zich, wat de overige schade betreft, op de éénjarige verjaringstermijn van art. 32 lid 1 CMR beroepen. In de derde plaats heeft [eiseres 1] betwist dat AIG gelegitimeerd is tot het instellen van de onderhavige vordering omdat AIG slechts verzekeraar was van Rucanor BV en dus slechts de schade van Rucanor BV behoefde te vergoeden, dat wil zeggen de schade ter zake van de zending met vrachtbrief nr. 624677, de zending waarvan Rucanor BV de afzender was. Bovendien heeft Rucanor Belgium - die voor beide zendingen als geadresseerde in de vrachtbrieven stond vermeld - de vrachtbrieven nimmer ontvangen. Nu de goederen ook niet bij Rucanor Belgium zijn afgeleverd, is zij niet tot de vervoerovereenkomst toegetreden en komt haar geen vorderingsrecht toe. AIG kan dus niet in de rechten van Rucanor Belgium zijn gesubrogeerd, aldus [eiseres 1].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f, en de alinea staat in dat document op bytes 8971 tot 10380.