Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4359.
5. Bij vonnis van 31 januari 1996 heeft de Rechtbank de vordering van AIG wegens gegrondbevinding van de eerste twee verweren van [eiseres 1] afgewezen. De Rechtbank overwoog daartoe dat de schade bestaande uit de waardevermindering van de goederen wegens het uit de collectie raken, is aan te merken als vertragingsschade. Ten aanzien van deze schade slaagt naar het oordeel van de Rechtbank het beroep van [eiseres 1] op de vervaltermijn van art. 30 lid 3 CMR nu AIG niet heeft bestreden dat is nagelaten binnen 21 dagen na aflevering van de goederen een schriftelijk voorbehoud ter kennis van [eiseres 1] te brengen. De overige schade - waaronder de schade wegens het incompleet raken van de goederen - is volgens de Rechtbank het gevolg van het gedeeltelijk verlies van de goederen. Wat deze schade betreft slaagt naar het oordeel van de Rechtbank het beroep van [eiseres 1] op de éénjarige verjaringstermijn van art. 32 lid 1 CMR; deze termijn was verstreken ten tijde van het uitbrengen van de inleidende dagvaarding, zodat ook dit deel van de vordering moet worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f, en de alinea staat in dat document op bytes 10400 tot 11497.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f | shasum -a 256