Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4359.
6. AIG is van het vonnis van de Rechtbank in hoger beroep gegaan bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Zij voerde aan dat de Rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de schade bestaande in de waardevermindering van de goederen wegens het uit de collectie raken, is aan te merken als vertragingsschade (grief I). De vervaltermijn van art. 30 lid 3 CMR is daarom niet van toepassing (grief II). Ten aanzien van de derde teruggevonden deellading voerde AIG aan dat deze bestond uit schoenen en dat hierbij sprake was van een verstoorde kleur- en maatcollectie omdat de schoenen los van elkaar werden teruggevonden; de schoenen waren daardoor onverkoopbaar en zijn aan een opkoper verkocht. Het gaat volgens AIG derhalve niet om vertragingsschade, maar om materiële schade. Daaraan heeft AIG nog toegevoegd dat ook al waren de schoenen in goede orde teruggevonden, het niet mogelijk was geweest deze alsnog via de detailhandel af te zetten omdat de inkoop van de detailhandel eind september/begin oktober plaatsvindt. Voorts bestreed AIG het oordeel van de Rechtbank dat de vordering op grond van art. 32 CMR is verjaard (grief III).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f, en de alinea staat in dat document op bytes 11517 tot 12664.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f | shasum -a 256