Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4359.
14. Subonderdeel 1a betoogt dat onjuist is het oordeel van het Hof dat indien diefstal de oorzaak is dat de goederen later worden afgeleverd dan binnen de in art. 19 CMR bedoelde termijn, doch zonder dat die goederen ten gevolge van de diefstal, behalve (eventueel) wegens tijdsverloop, een waardevermindering hebben ondergaan, er geen sprake is of kan zijn van vertraging in de aflevering als bedoeld in art. 19 CMR en art. 30 lid 3 CMR. Eveneens onjuist acht het subonderdeel 's Hofs oordeel dat de aldus geleden schade niet kan worden aangemerkt als vertragingsschade in de zin van art. 23 lid 5 CMR en dat de vervaltermijn van art. 30 lid 3 CMR daarom niet toepasselijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f, en de alinea staat in dat document op bytes 17839 tot 18529.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f | shasum -a 256