Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4359.

15. De CMR maakt onderscheid tussen schade veroorzaakt door vetraging in de aflevering van de goederen enerzijds en schade veroorzaakt door geheel of gedeeltelijk verlies of door beschadiging van de goederen anderzijds. Het onderscheid is van belang voor het antwoord op de vraag welke schadeposten voor vergoeding in aanmerking komen en voor de verjarings- en vervaltermijnen. Zo is in geval van vertraging de schadevergoeding die de vervoerder dient te betalen in beginsel niet hoger dan de vrachtprijs (art. 23 lid 5 CMR). Daar staat tegenover dat - in vergelijking tot schade door verlies of beschadiging - in beginsel alle schadeposten voor vergoeding in aanmerking komen en niet enkel de materiële schade (art. 23 lid 1-4 en art. 25 CMR). Verder is voor vergoeding van vertragingsschade vereist dat binnen een termijn van 21 dagen nadat de goederen ter beschikking van de geadresseerde zijn gesteld een schriftelijk voorbehoud ter kennis van de vervoerder is gebracht (art. 30 lid 3 CMR).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f, en de alinea staat in dat document op bytes 18549 tot 19557.