Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4359.

17. Wanneer de vervoerde goederen tijdelijk zijn vermist, rijst de vraag of dit is te kwalificeren als verlies of als vertraging. Art. 20 lid 1 CMR bepaalt dat de rechthebbende goederen als verloren kan beschouwen wanneer zij niet zijn afgeleverd binnen dertig dagen na afloop van de bedongen termijn, of bij gebreke van zulk een termijn, binnen zestig dagen na de inontvangstneming van de goederen door de vervoerder. Nu de rechthebbende vóór afloop van de in art. 20 lid 1 CMR bedoelde termijn niet het recht heeft zich erop te beroepen dat hij de goederen als verloren beschouwt, kan van verlies van de goederen geen sprake zijn indien de goederen binnen die termijn worden teruggevonden en afgeleverd. Er is dan slechts sprake van vertraging in de aflevering. Vgl. Haak, a.w., blz. 226; K.-H. Thume (red.), Kommentar zur CMR, 1995, art. 17, RdNr. 64 en 69.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f, en de alinea staat in dat document op bytes 20266 tot 21142.