Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4359.
18. Vaststaat dat in het onderhavige geval de teruggevonden goederen zijn afgeleverd binnen de - hier toepasselijke - zestigdagentermijn. Er is derhalve sprake van vertraging. 's Hofs oordeel dat de schade niet is aan te merken als vertragingsschade nu de schade en het verloop van de tijd direct is terug te voeren op de diefstal en niet op een meer tijd vergend vervoer als bedoeld in art. 19 CMR, berust dan ook op een onjuiste rechtsopvatting. Het onderscheid dat het Hof maakt tussen vertraging door "meer tijd vergend vervoer" en andere vertragingsgevallen kent de CMR niet. Subonderdeel 1a treft derhalve doel. Na verwijzing zal alsnog moeten worden onderzocht welk gedeelte van de gevorderde schadevergoeding afstuit op de vervalbepaling van art. 30 lid 3 CMR.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f, en de alinea staat in dat document op bytes 21162 tot 21944.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f | shasum -a 256