Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4359.

23. Alle subonderdelen strekken ten betoge dat 's Hofs oordeel onbegrijpelijk is omdat de uiteindelijke aflevering van de goederen niet met instemming van Rucanor Belgium geschiedde en ook niet gelijkgesteld kunnen worden met aflevering aan Rucanor Belgium. Zoals het onderdeel met juistheid veronderstelt, heeft het Hof met de bestreden overweging kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat Rucanor Belgium als geadresseerde tot de overeenkomst is toegetreden. Reeds om die reden kan 's Hofs oordeel niet in stand blijven. AIG heeft immers - zoals gezegd - erkend dat zij deze stelling nimmer heeft verdedigd; een dergelijke stelling is ook niet in haar processtukken te lezen. Daarbij komt dat AIG evenmin heeft verdedigd dat Rucanor Belgium heeft ingestemd met aflevering elders en ook niet dat die aflevering/instemming impliceert dat zij tot de vervoerovereenkomst is toegetreden. Voorts is niet duidelijk waarom het Hof spreekt van aflevering bij Rucanor BV, nu beide partijen hebben gesteld dat de aflevering plaatsvond bij HT International. 's Hofs oordeel is derhalve onbegrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd, zodat de subonderdelen 2b, 2c, 2e en 2f slagen. Deze subonderdelen behoeven geen afzonderlijke bespreking. Over de subonderdelen 2a en 2d kan nog het volgende worden opgemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c81cbd97feb43c6a183462f67f766aad46010fe4a9da4e007198cad6825dc41f, en de alinea staat in dat document op bytes 23693 tot 25011.