Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4361.

Vervolgens ligt het in de rede deze beslissing zo te verstaan, dat het ontbreken van het copie deel III (behoudens de uitzonderingen waarop de Hoge Raad zinspeelt(8)) een aanwijzing oplevert, die meebrengt dat van de verkrijger kan worden verlangd dat die naar de bevoegdheid van zijn voorman nader onderzoek doet. Daaraan doet - kennelijk - niet af dat er voor het ontbreken van het copie deel III legitieme redenen kunnen bestaan: de verkrijger mag er niet zonder meer op vertrouwen dat dergelijke legitieme redenen ook in "zijn" geval aanwezig zijn, en daarom verkiezen van nader onderzoek af te zien(9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073, en de alinea staat in dat document op bytes 13352 tot 13973.