Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4361.

13) Het arrest van 4 april 1986 wordt in de literatuur in het algemeen op dezelfde manier uitgelegd als ik in de vorige alinea aangaf(10), namelijk in die zin dat de Hoge Raad voor die gevallen waarin de verkrijger aanwijzingen heeft dat er iets aan de bevoegdheid van de voorman schort, voor het beroep op goede trouw van de verkrijger de eis hanteert dat deze het alsdan geboden nadere onderzoek heeft gedaan (en daarover concrete stellingen naar voren brengt). Over de vraag, welke aanwijzingen aan een beroep op goede trouw in de weg staan, zijn de meningen daarentegen enigszins verdeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073, en de alinea staat in dat document op bytes 14496 tot 15103.