Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4361.
Een eerste vaststelling in dat verband is, dat het niet hoeft te gaan om aanwijzingen die er positief op duiden dat de zaak niet "eerlijk" is(11). Ook een minder zwaarwegende aanwijzing die erop kàn wijzen dat de voorman onbevoegd is, is al voldoende. De zaak uit het arrest van 4 april 1986 betrof zo'n geval: bij levering van een auto zonder het copie deel III is het bepaald niet vanzelfsprekend dat de bevoegdheid van de voorman een gebrek vertoont. In veel gevallen, waarschijnlijk de grote meerderheid, bestaat er voor het niet-beschikbaar zijn van dat document een legitieme verklaring (het schijnt regelmatig voor te komen dat mensen het copie deel III zo opbergen dat zij dat na verloop van tijd niet meer kunnen terugvinden); en ook waar zo'n verklaring er niet is kan het tóch geredelijk zo zijn dat de voorman bevoegd is (het geval dat de voorman wèl bevoegd is doet zich nu eenmaal vele malen vaker voor dan het omgekeerde geval). Aan de hand van dergelijke overwegingen oordeelde A-G Franx destijds dan ook dat het te ver zou gaan om alleen op grond van het bestaan van deze aanwijzing nader onderzoek van de verkrijger te verlangen. Maar de Hoge Raad legde, zoals al bleek, een strengere maatstaf aan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073, en de alinea staat in dat document op bytes 15111 tot 16343.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073 | shasum -a 256