Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4361.

15) Tegen bevestigende beantwoording pleit, dat het copie deel III weliswaar niet uitsluitend met het oog op legitimatie van de houder van het kenteken in het leven is geroepen, maar dat die legitimatie, en daarmee: het tegengaan van de handel in auto's door onbevoegden, toch een van de belangrijke redenen voor het tot stand brengen van dit instituut is geweest(12). In dat licht bezien is het ontbreken van het copie deel III een ernstiger signaal dan een "verkeerde" tenaamstelling van deel II: het eerste document is in belangrijke mate bestemd om het frauderen met de overdracht van auto's tegen te gaan, het tweede speelt in dat opzicht een (veel) minder prominente rol. Mede omdat het copie deel III de functie van de belangrijkste legitimatie van de houder van een auto is gaan bekleden(13), is de legitimerende functie van het deel II naar de achtergrond verschoven. De tenaamstelling van het kentekenbewijs dient ook heel andere doelen: vaststellen of aanwijzen van een fiscaal, strafrechtelijk en civielrechtelijk (uiteindelijk) aansprakelijke persoon voor de lotgevallen van de betreffende auto, bijvoorbeeld(14). Die doelen hebben door de invoering van het copie deel III meer accent gekregen, en de legitimerende functie navenant minder.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073, en de alinea staat in dat document op bytes 17629 tot 18894.