Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4361.
21) Mij dunkt: dat mocht het hof, als de regels omtrent bewijslastverdeling dat al niet dwingend meebrachten. Feiten en omstandigheden die konden uitwijzen dat Chrysler bij de verkrijging van de auto niet te goeder trouw was, behoorden (inderdaad) tot de door Bull's Eye te stellen, en bij tegenspraak te bewijzen grondslagen waarop de vorderingen van Bull's Eye berustten. De vuistregel dat goede trouw verondersteld wordt en kwade trouw moet worden bewezen, is een uitwerking, voor een specifiek geval, van de generieke regel die thans uit art. 150 Rv. blijkt. Dat de wederpartij iets wist of behoorde te weten waardoor die zich niet zo had mogen gedragen als hij in feite heeft gedaan, is een bijzondere feitelijke omstandigheid die de eiser in een geding als het onderhavige moet stellen, en bij betwisting waarmaken - niet anders dan wanneer het om een andere eigenschap van de gedragingen van de wederpartij ging waardoor die gedragingen tot aansprakelijkheid kunnen leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073, en de alinea staat in dat document op bytes 26013 tot 27007.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58c1ef87a109abdfe43e3d8152d41e803c2c0272e70dd00816461216322dc073 | shasum -a 256